28 – Been there, Don Det

Hallo Allemaal,

In Pakse hebben we niet veel ondernomen. Thomas was een beetje ziek dus hebben we alles op een laag pitje gezet. We hebben via couchsurfing Santy getroffen. Hij woont in Pakse en is een engineer, hij heeft ons veel over Laos verteld en we zijn weer een stukje wijzer geworden. Pakse zelf is wederom een rustig klein stadje (heeft net zoveel mensen als Heerlen), met een rijke geschiedenis. Pakse is de hoofdstad van de provincie Champassak. Tot 1946 was er in Laos het koninkrijk Champassak en leefde de laatste prins in Pakse. Er staat nog steeds een onafgemaakt paleis in Pakse, waar ze later een hotel van gemaakt hebben. Omdat we alleen wat rondgehangen hebben in het stadje zijn we niet naar omliggende schoonheden geweest. Daarom hadden we besloten nog naar het stadje Champassak te gaan. Deze ligt iets ten zuiden van Pakse en je moet er een bootje nemen om aan de overkant van de Mekong rivier te komen. Ook dit stadje heeft een koninklijke geschiedenis die veel verder gaat dan Pakse. Hier ligt een oud en vervallen tempelcomplex genaamd Wat Phou wat “tempel aan de voet van de berg” betekend. Dit complex is gebouwd in de 9e eeuw door het Khmer keizerrijk wat er in die tijd heerste. Dit koninkrijk nam een groot gedeelte van Thailand, Vietnam en geheel Cambodia en Laos in beslag, met Angkor (Angkor Wat tempels) als hoofdstad (tegenwoordig Siem Riep genoemd). Recente ontdekkingen geven aan dat er een directe weg is tussen Wat Phou en Angkor Wat in Cambodia. Het complex is in redelijke verval geraakt maar er worden pogingen ondernomen om alles weer op te bouwen. Ook al is dit complex van origine een Hindoestaanse tempel, veel Laotianen hebben het als een boeddhistisch bedevaartsoord gemaakt. Ieder jaar bij de tweede volle maan van het jaar wordt er een internationaal festival gehouden waarbij pelgrims naar deze plek reizen om te bidden, feest te vieren en Boeddha te vereren.

Het is best wel een stukje van Champassak vandaan en wij waren zo slim om te denken dat we het rondje van (ongeveer) 30km wel konden fietsen met 36  zonder schaduw. Geen slim plan dus. Ik kwam dan ook behoorlijk oververhit aan bij de Wat en moest toch even bij komen. Veel slimmer is het om een scooter of tuk-tuk te huren die overal wel verkrijgbaar zijn. Of gewoon kunnen zweten zodat je lichaam zichzelf koelt.

Onze avond in Champassak hebben we afgesloten bij een restaurantje wat heerlijk lokaal eten maakt genaamd: Champassak flavour. We hadden ergens gelezen dat er een theatervoorstelling met schaduw poppen zou zijn in Champassak, maar toen we er aankwamen bleken deze alleen op reservering voorstellingen te houden wat erg jammer is. We hadden nog graag zo een voorstelling gezien.

De volgende dag zijn we vroeg vertrokken om richting Don Det te gaan. Don Det is één van de vele eilanden die de 4000 eilanden telt. De 4000 eilanden is een streek in het zuiden van Laos aan de grens van Cambodia. De 4000 eilanden zijn (zoals de naam het zegt) allemaal eilandjes die in het midden van de Mekong rivier liggen. 4000 eilanden zijn het zeker niet, maar je ziet vele kleine rieteilandjes rondom de grotere eilanden. In Don Det zijn we bij een extreem relaxed guesthouse aangekomen genaamd Mama Leuah, zeker de moeite waard om er heen te gaan: niet duur en zeer lekker en goed eten en je slaapt in leuke schattige bungalowtjes. (reserveren via de mail)

Don Det heeft een relaxte sfeer die je direct voelt, we hebben dan de eerste dagen ook vrij weinig (lees niets) gedaan. Het heeft ook twee dagen “geregend”, dat houdt in dat er een klein beetje water valt en er na tien minuten al niets meer is. Op één dag zijn we per boot naar de grootste waterval van zuid-oost Azië geweest, dit zit hier praktisch om de hoek. De Khon Phapheng waterval is ongeveer 21 meter hoog en strekt zich uit over een kleine kilometer. In het regen seizoen komt er gemiddeld z’n 9 miljoen liter per seconde (!) naar beneden vallen, dan het is het zelfs de grootste ter wereld. Vele eilandjes zijn dan ook niet meer zichtbaar door al het natuurgeweld wat dan naar beneden komt.

Ook zijn we naar het naastgelegen eiland Don Khon gegaan. Hier kom je door een brug die Don Det en Don Khon met elkaar verbindt, lokalen vragen ongeveer €4 voor de overgang. Klinkt niet veel maar dit is een belachelijke prijs vooral omdat ze zeggen dat dit de toegang tot de watervallen is. Dat is helemaal niet waar en je betaald het helemaal voor niets want als je bij de watervallen aankomt is dit niet geldig. We hadden een fiets gehuurd en bij dit punt is Thomas heel hard doorgereden, ik had minder geluk maar door te zeggen dat we niet naar de watervallen gingen liet hij ons door.

We hebben eerst een rondje (met de klok mee) gedaan over het eiland. We hebben hier de zeer (niet) toeristische route genomen, langs andere watervallen, bamboebossen, kleine smalle paatjes (niet groter dan 10 cm) en een nogal oerwoudachtige jungle waar we zelfs apen, slangen en andere dieren gehoord/gezien hebben. Ook kan je vanaf dit eiland dolfijnen spotten, garantie krijg je niet en je moet een extra prijsje betalen als je de grens over gaat naar Cambodja, wat onvermijdelijk is want na het eiland (aan de zuid kant) ben je al in Cambodja. Wij hebben Cambodja dus ook al zien liggen. De dolfijnen die je dan kunt zien zijn de Irrawaddy dolfijnen. Deze zijn extreem zeldzaam een het geschatte aantal is nu rond de 50 (verdeelt over Laos en Cambodja). De kans is groter dat je ze in Cambodja ziet dus daar gokken we dan ook op.

Soms hoorden we het ’s avonds ontploffingen in de verte waar sirenes aan vooraf gingen. Thomas deed dit de eerste avond af als “vuurwerk” maar dat was het zeker niet. Op één van onze boottripjes zagen we verschillende borden staan “danger explosives”. Wat er precies gebeurd weet niemand maar er zijn twee opties. Of er worden ouden mijnen ongedaan gemaakt (die nog in vele aantallen voorkomen rondom de grenzen van Laos, Vietnam, Cambodja en Thailand), of dit is testgebied voor nieuwe wapens. Persoonlijk hoop/gok ik het eerste.

Vanuit ons hostel hebben we een busticket naar Kratie (Cambodja) geboekt. De busrit hiernaartoe verliep eigenlijk vlekkeloos. Er was wel iemand in de bus die voor ons de visums wilde afhandelen en dreigde dat de bus na 40 minuten zou vertrekken als we niet op tijd waren. Het duurde natuurlijk veel langer maar dat was uiteindelijk omdat hij er zelf zolang over deed. Wij hebben uiteindelijk $37 betaald om Cambodja in te komen terwijl hij $40 vroeg en je een uur langer op je paspoort moest wachten. We hadden al vreemde verhalen gehoord/gelezen over “health checks” die je zou moeten doorstaan. Uiteindelijk was het alleen een blaadje wat we moesten invullen en ons vaccinatieboekje wat we moesten laten zien. Het was op het immigratiekantoor best onoverzichtelijk. Er stond niets duidelijk aangegeven, dus werden we soms naar een tafel gestuurd waar we langs waren gelopen. Ook werden onze gegevens ingevoerd in de computer terwijl de beambte een zeer spannende serie aan het kijken was en daar zeker meer aandacht voor had dan onze gegevens. Ben benieuwd of we het land nog uitkomen.

27 – Tubing in bar street

Hallo Allemaal,

Na Luang Prabang zijn we naar Vang Vieng geweest. Vang Vieng is het Ibiza, Blanes, Lloret de mar, Chersonissos, etc. van Laos. Hier bestaat het leven (voornamelijk) uit drinken, stappen in de vele barretjes en overdag indrinken en tuben over de Nam Song rivier. Tuben is in een binnenband van een vrachtwagen een rivier af “dobberen”. Er zijn vele tentjes die dit aanbieden maar het slimste is direct naar de verhuurder te gaan. Deze ligt tegenover de ingang van het Roung Nakhon Hotel. Dit is ook waar je later weer moet uitstappen dus probeer het gebouw een beetje te onthouden anders mis je het (wat makkelijk kan). Nadat we een briefje ondertekend hadden (dat we konden zwemmen en dat we geen drugs of alcohol zouden gebruiken) kregen we een nummer (met watervaste stift) op onze hand geschreven ter identificatie. Tot enkele jaren geleden werd er zoveel drugs gebruikt en “gekke” dingen gedaan dat sommige het niet meer na konden vertellen (27 mensen in 2011). De meeste barretjes zijn inmiddels gesloten en de gevaarlijke glijbanen, kabelbanen, lianen en springplanken zijn inmiddels verwijderd, een stuk veiliger dus. Eenmaal op de rivier konden we snappen dat hier veel mis kon gaan als je niet helemaal helder meer zou zijn. Op het moment dat we er waren was het water op sommige plekken extreem ondiep en waren er genoeg scherpe rotspunten die uit het water staken. Als je niet meer zo 100% bent zijn deze makkelijk over het hoofd te zien, wat het behoorlijk gevaarlijk kan maken als je wat overmoediger bent. Langs de route zijn er dagelijks nog 5 barretjes open, een soort kroegentocht op water als je dat wilt en overmoedig worden zit er dus nog altijd makkelijk in als je geen rem hebt.

Omdat we redelijk vroeg begonnen waren met tuben (zo rond 12 uur ’s middags) waren er nog niet veel mensen op de rivier en was het redelijk rustig in de barretjes. We hadden een hele gezellige tijd op het water en omdat je een beetje rond dobbert komen er andere dobberaars er gezellig bij dobberen waardoor er op het water ook een gezellige sfeer ontstaat. Ons tripje duurde ongeveer 5 uurtjes in totaal, we hadden maar twee barretjes aangedaan en van het laatste barretje naar Vang Vieng duurt (afhankelijk van de stroming) twee uurtjes. Voor zes in de middag moesten we de banden terug gebracht hebben anders kregen we de volledige borg niet terug. We waren zelfs één van de eersten die de banden terug brachten en na zessen zagen we nog heel veel mensen terug komen. Dat is natuurlijk de deal die de barretjes met de banden verhuurder hebben, zorg dat ze te laat terug komen, krijgen wij meer geld.

Zoals ik al zei is Vang Vieng voornamelijk een uitgaansplaats en dit hebben we dan ook op onze laatste avond gedaan. Drank is relatief goedkoop, 700ml whiskey kost in de supermarkt maar €1, ja, dat leest u goed. Bestel je in een bar een whiskey cola, krijg je dus ook meer whiskey dan cola omdat dit simpelweg goedkoper is. Daarnaast zijn er genoeg “proppers” of pub crawls die via het hostel van alles voor je willen/kunnen regelen voor een nog goedkopere prijs (startend om 7uur). Wij zijn gewoon een bar ingedoken en konden daarna gratis meeliften met de al gaande pubcrawl. Het voelde heel raar uit te gaan in een controversieel land als Laos.

Na ons nachtje stappen hadden we in de ochtend een bus naar Vientiane, de hoofdstad van Laos. Dit is met 400.000 mensen de grootste stad van Laos (vergelijkbaar met Utrecht) maar het voelde er behoorlijk leeg vergeleken met andere steden die we tot nu toe gezien hebben. De stad ligt aan de Mekong rivier en aan de andere kant van de rivier ligt Thailand. Het is dan ook zeer makkelijk vanuit hier naar Thailand te gaan. Vientiane in de 14e eeuw gesticht toen het koninkrijk Lan Xang opgericht werd. Het werd het rijk van de miljoenen olifanten en de witte parasol genoemd. Toen dat koninkrijk viel werd het overgenomen door Birma, Thailand (Siam) en Vietnam die allen hun stempel op de stad en het land hebben gedrukt. Veel van de Wat’s (tempels) zijn in Thaise stijl. Vanaf 1893 kwam het land en de stad in de handen van de Fransen die het toevoegde aan Indo-China. In 1960 werd met een militaire staatsgreep het koninkrijk overgenomen en pas na de Vietnamoorlog kwam het in de greep van de Sovjet Unie. Nog steeds is Laos een communistisch land, wat maakt dat dit al het vierde land is wat we aandoen deze reis wat communistisch is.

De stad heeft veel verschillende invloeden maar de meest recente is Franse invloeden. Zo zijn we naar de Laotiaanse versie van de Arc de Triomphe, Patuxai genoemd. Deze is tussen 1957 en 1968 gebouwd door de regering met gedoneerd beton. De donatie kwam van de verenigde staten en was bestemd voor een nieuw vliegveld, blijkbaar vond de regering dat een monument voor de overwinning belangrijker was. Het is leuk om te zien maar zeker niet zo indrukwekkend als de Franse versie in Parijs.

Naast de Patuxai zijn we ook naar het Boeddhapark geweest. Om hier te komen kan je makkelijk een lokale bus (bus 14) nemen die vertrekt in de buurt van het centrale busstation midden in de stad. De bus deed er ongeveer een uurtje over en stopt ook bij de Thaise grens (waar veel lokale/Thaise mensen uitstapten). Even ter vergelijking: wij betaalden 17.000 kip voor een retourtje met de bus plus entree voor het park, hadden we dit via het hostel geregeld dan zou het 70.000 kip zijn, wel het uitzoeken waard dus (anders redden we het nooit met ons dagbudget)

Het Boeddhapark ziet er oud uit we hadden het idee dat dit opgravingen waren van een oude beschaving, tot dat we ijzer in het beton zagen zitten en we door hadden dat dit niet uit steen gehouwen is. Het park is in 1958 gebouwd en heeft boeddhistische en Hindoestaanse invloeden. Er staan ongeveer 200 beelden in het park in een bijzondere opstelling. Vanuit het park heb je een mooi uitzicht op de Mekong rivier.

Vientiane hebben we meer als tussenstation gebruikt om weer door te reizen naar het zuiden. We hadden een twaalf uur durende busrit genomen naar Pakse. Dit was de eerste keer dat we een nachtbus hadden met een echt “bed”. Geen half opstaande lossen stoelen maar gezellig een tweepersoons veel te krap bedje (maar 1.60m lang). Vanuit hier zijn we van plan om door te reizen naar de 4000 eilanden en dan uiteindelijk naar Cambodja.

26 – Living the slow life

Hallo Allemaal,

Op nieuwjaarsdag zijn we ’s middags in Hanoi vertrokken met de “horror bus” op weg naar Laos. De route staat nou niet bekend om zijn meest comfortabele ritjes en het ergste van al was dat we helemaal achter in de bus lagen. De bus assistent propte alle toeristen achterin en de lokalen kregen betere plaatsten. Het ergste was nog wel dat heel veel van die goede plaatsten vrij waren maar ondanks dat werden we (nog al agressief) achterin geduwd. De rit verliep heel soepeltjes tot aan de grens van Laos. Daar moesten we allemaal uitstappen, exit stempel halen, grens oversteken (door middel van een brug) en bij de andere kant weer een formuliertje halen, invullen en dan wachten. Als je hem terug krijgt moet je deze vervolgens nog bij twee andere loketten controleren (waarom? geen idee). Laat er nou net iets mis zijn met één van onze paspoorten. Ik heb er echt heel lang over gedaan, maar wat nou het probleem was wilden/konden ze me niet zeggen. We konden uiteindelijk zonder problemen weer verder.

Vanaf Laos snapten we waarom dit de horror rit genoemd werd. De weg was er nou niet bepaald goed en we hebben alleen maar slingerweggetjes gehad tot aan Luang Prabang. Daar kwamen we na 28u bus, laat in de avond aan en we waren zo moe (ondanks een slaapbus, met beenruimte, en een rustig rijdende chauffeur) dat we eigenlijk direct in bed zijn gekropen. Wij hadden het geluk de bus overdag te hebben, maar als je vanuit Laos naar Vietnam gaat doe je deze rit waarschijnlijk ’s nachts en zal het zeker zeer onprettig zijn.

Luang Prabang is een klein en rustig stadje waar je niet echt de indruk hebt dat het een stad is maar meer een groot uitgevallen Spaans dorp, waar de tijd langzaam gaat voor iedereen.

De stad ligt aan de Mekong rivier en is blijkbaar de drie na grootste stad van het land en staat op de wereld heritage lijst van UNESCO. Luang Prangang wordt ook wel de gouden stad genoemd en vanaf 1707 heeft het als hoofdstad gediend voor het toen genoemde koninkrijk Luang Prabang (Luang betekend koninklijk of groots). De stad heeft ook nog een koninklijk paleis en verschillende tempels.

De dag na aankomst hebben we de stad verkent. Om te beginnen zijn we naar een muziekschool geweest waar kinderen gratis muziekles krijgen. Hier was ik natuurlijk erg benieuwd naar. We werden er enorm gastvrij ontvangen en kregen een rondleiding door het kleine schattige gebouwtje. Er waren op dat moment niet veel kinderen daar en we vroegen of we later op de dag terug konden komen. Toen we terug kwamen bleek dat ik daar al tot muziekdocent gepromoveerd was en dat ze al een keyboard voor me klaar hadden gezet. Ik had al direct een leerling (de secretaresse) en later kwam er een (zeer getalenteerde) jongetje binnen stappen die ook wel les wilde hebben. Uiteindelijk zijn we er iedere dag langs geweest en heb ik een beetje les kunnen geven. Het project heeft ook een locatie in Cambodja waar we natuurlijk ook langs gaan om een “kijkje” te nemen. Mocht je interesse hebben, dit is de site: http://meslaos.com/

Verder hebben we geprobeerd een kookles te regelen bij The Terras. Jammergenoeg kon deze niet doorgaan omdat het die dag regende en ze een buitenkeuken hebben. Helaas konden we dit ook niet op een andere dag doen omdat we de dag daarna weer zouden vertrekken.

’s Avonds zijn we voornamelijk bij de night market geweest. Er zijn hier vooral souvenirtjes te koop maar je kan er ook goed eten. Ze hebben we ook een soort van poffertjes maar dan gemaakt van kokosnoot, deze konden we natuurlijk niet laten liggen.

Op onze tweede dag in Luang Prabang zijn we naar de Kuang Si watervallen geweest. Deze watervallen liggen een stukje uit de stad en er zijn verschillende tuktuks die je daar wel voor een hoge prijs naar toe willen nemen. De wegen zijn niet zo mooi als in Vietnam en in een tuktuk kan de rit nog al oncomfortabel zijn, daarnaast willen de tuktuk chauffeurs niet zo lang wachten dus heb je meestal maar een korte tijd daar.. We hebben via het hostel gewoon een mini busje geregeld die ietsjes duurder was maar wel veel comfortabeler. Met de chauffeur hebben we onderhandeld over de tijd die we daar mochten rondlopen en we kregen in totaal 3,5 uur wat prima is.

Voor dat je bij de watervallen komt loop je eerst nog langs een berenpark. In de dit park zijn Aziatische zwarte beren opgevangen die ze uit de handen van stropers gekregen hebben. Ook worden er wezen opgevangen die hun moeder verloren zijn. De beren in Laos worden gevangen voor hun gal en worden in erbarmelijke omstandigheden vastgehouden. Geven ze geen gal meer, dan worden ze vermoord. Deze beren was dit lot bespaard en leefden (achter een hek) in een redelijke natuurlijke omgeving. Het hek is niet zo hoog en er is ook geen beveiliging om de beren aan de juiste kant van het hek te houden (dit zou in een Nederlandse dierentuin niet kunnen). Gelukkig hadden de beren meer aandacht voor elkaar dan voor de pottenkijkers die er stonden.

Op de sommige plaatsen kan je in de verschillende terrasjes zwemmen, bij andere kan je weer prachtige foto’s maken. Het water was die dag best koud en aangezien de zon niet scheen maakte het dat nog kouder. In en rondom het water zijn ook verschillende dieren zoals: krabben, vogels, vlinders maar ook slangen, dus goed kijken waar je loopt. Water schoenen zijn hier zeker geen overbodige luxe. Er waren kleedhokjes zodat we ons konden verkleden. Dat heet: mannen in zwembroek, vrouwen het liefst helemaal gekleed. Veel toeristen houden zich hier niet aan maar de mensen van Laos zien een bikini en badpak als ondergoed en voor hun loop je praktisch in je nakie rond. Ik vind het belangrijk dit te respecteren dus over mijn badpak heen had ik kleren aan. Even een waarschuwing voor langen mensen (langer dan 1.80m): het water is nogal ondiep op verschillende plekken wat Thomas zelf ondervonden heeft. Bij poging twee om dieper water te vinden (tijdens het springen) is hij er maar mee gestopt. Overdag viel het wel mee maar de zelfde avond liep hij kreupel van de pijn en was zijn enkel gezwollen (niet gebroken maar wel goed gekneusd) en heeft hij er nog enkele dagen last van gehad, maar inmiddels loopt hij weer als een zonnetje.

Terug in Luang Prabang zijn we nog naar een bar geweest genaamd Utopia. Dit is een bar gelegen aan een vertakking van de Mekong rivier. Overdag kan je hier heerlijk relaxen, slapen op een van de matjes die er liggen, Yoga lesje volgen of gewoon van het uitzicht genieten. We zijn op onze laatste avond weer terug geweest en toen was het veranderd in een gezellig club waar je je nog steeds kon afzonderen maar je kon er ook helemaal los gaan op de dansvloer.

Vanuit Luang Prabang hebben we een dagbus genomen naar Vang Vieng. Waar we de komende twee dagen zullen doorbrengen.