Hallo allemaal,
We zijn aan onze laatste dagjes Colombia begonnen en beginnen toch langzaam afscheid te nemen van dit prachtige land. We hebben natuurlijk wel weer iets positiefs in het vooruitzicht, namelijk: onze tweede gast komt eraan. Over een paar dagen land ze namelijk in Panama-City waar haar avontuur met gaat beginnen die ongeveer een maand duurt. Maar voordat het zover is zijn we nog eerst aan het genieten van de twee grootste havensteden van Colombia, Santa Marta en Cartagena.
Santa Marta waren we al kort geweest voordat we doorgingen naar Bonda en Tayrona national park, maar hebben het nu echt eer aangedaan. Santa Marta is de eerste stad die de Spanjaarden gesticht hebben toen ze naar Colombia kwamen. Tijdens onze SSS-tour (Self-Sight-Seeing-tour) hebben mensen ons de weg gewezen of wilde ze wel een klein praatje maken. Céline was zelfs zo nieuwsgierig dat ze een plaatselijk gok spel stond te bekijken wat de lokalen helemaal niet erg vonden. Ze vonden het leuk dat een “gringo” (blanke) kwam kijken al zagen ze haar wel aan voor een Amerikaanse (een foutje wat snel de wereld uit geholpen werd). Een man was zelfs zo vrij dat hij vertelde dat hij nog maar een half been had. Hoe dit gekomen was liet hij in het midden maar door wie wilde hij wel vertellen: De FARC. Ondanks dat ze al een tijd niet meer in de regio zitten is de schade die ze aangedaan hebben nog steeds groot en voelbaar.



Vanuit Santa Marta zijn we doorgereisd naar Cartagena wat iets meer in het midden van de Caribische kust ligt. Het was/ is een van de belangrijkste havens van Colombia. Vroeger werd vanuit hier het zilver en goud naar Spanje geëxporteerd en was het een aanlokkelijk doelwit voor piraten. De stad is maar liefst zes keer veroverd (door verschillende nationaliteiten) voordat de Spanjaarden (de uiteindelijk bezitters) er een degelijke stadsmuur omheen zetten. Deze stadsmuur staat er op de dag van vandaag nog steeds en bestaat voornamelijk uit de oorspronkelijke fundamenten. Cartagena is ook een van de oudste steden van Zuid-Amerika en de eerste mensen leefde hier al rond 4000 v. C.



Het is hier nog bontgekleurder dan Salento en de meeste huizen stammen nog uit de 16e eeuw. We hebben voornamelijk veel pleinen bezocht waar vroeger de slavenhandel gedreven werd. De Spanjaarden dachten eerst de indianen te gebruiken als slaven maar die leken niet opgewassen tegen de zware fysieke taak en de meeste stierven al snel. Dus werden er sterkere slaven uit Afrika gehaald. Bijna alle nieuw slaven werden naar Cartagena gebracht en vanuit hier verkocht aan andere steden en landen. Pas in 1821 werd er een wed aangenomen (op aandringen van Boliviar) om de slavernij af te schaffen in Colombia door de “compensatie emancipatie”. Hiermee werd er in een periode van (ongeveer) 25 jaar een einde gemaakt aan deze praktijken. Nederland had dit systeem in 1814 al ingezet in zijn kolonies.


Nu komen de toeristen met bosjes naar Cartagena, door de vele directe internationale vluchten (ook Amsterdam). De stad heeft net zo geleden onder het FARC-geweld als ieder andere stad in Colombia en komt er steeds meer bovenop.
Wij, de toerist, worden als iets positiefs gezien. Wij zijn het symbool voor de welvaart in het land, een teken dat wat ze doen, goed is. Als wij het te onveilig gevonden hadden gingen we wel naar een ander land, maar dat doen we niet. De Colombianen zijn echt bij dat je er bent en wat wel vaker gebeurd, is dat mensen je zegenen en een goede dag wensen. Of je zelf nu gelovig bent of niet, ze zijn dankbaar (naar god) dat wij hier zijn. De groei in toeristen is de afgelopen 15 jaar met factor 1.000 gegroeid, van 5.000 naar 5 miljoen mensen per jaar. Iets waar de Colombianen trots op mogen zijn want naar onze mening gaan er nog veel toeristen komen. Wij zijn er sowieso van overtuigt dat dit een prachtig land is, waar we jammer genoeg al afscheid van moeten nemen.































