Hallo Allemaal, De avond voor ons vertrek richting Bali wilden we onze vlucht nog even controleren voor morgen. Toen we namelijk terugkwamen in het hostel kregen we van veel mensen te horen dat hun vlucht van die middag gecanceld was vanwege de storm en dat het verplaatst was naar morgen. Alles leek nog goed te zijn totdat we net voor bedtijd een mailtje kregen dat onze vlucht van de ochtend naar de middag verplaatst was. Dit betekende dat we niet meer op tijd op het Australisch consulaat konden zijn. De vliegtuigmaatschappij kon ons niet meer omboeken (hoe erg we ook smeekten). We hadden extra veel betaald om op die eerste vlucht van de dag te zitten zodat we bij het consulaat konden zijn voor deze dicht ging (12u, en de volgende dag ook gesloten). Uiteindelijk hebben we die vlucht gecanceld en hebben een iets goedkopere vlucht rond dezelfde tijd in de middag geboekt, dinsdag vliegen ging niet ivm het Hindoestaans nieuwjaar (Nyepi: Dag van de stilte), zodat we woensdag om stipt 8:30 bij consulaat zouden staan. Aangekomen op het vliegveld bleken er wederom vertragingen te zijn. We kregen zelfs een lunchpakket omdat het te lang duurde en we wisten niet of we dit positief of negatief moesten opvatten. Gelukkig waren we één van de eerste vluchten van die middag die toch vertrok, waarschijnlijk was de storm overgeslagen naar Bali en had dat vliegveld nu problemen. We kwamen laat aan in Denpasar maar we hadden een super gezellig hostel uitgezocht. Het personeel vertelde ons dat we zelf eten moesten kopen voor morgen en dat we de mogelijkheid hadden om zelf te koken. De dag voor Nyepi wordt Ogoh-Ogoh gevierd en daar hoort een optocht bij. Na het halen van de boodschappen hebben we al etend de optocht bekeken. De optocht is om boze geesten te verdrijven en de poppen die te zien zijn, zien er dan ook angstaanjagend uit.


Nyepi betekend dus “De dag van de stilte” en stil is het zeker. Niemand mag zijn huis verlaten tussen 6 uur ’s ochtends tot de volgende dag 6 uur. Dit is omdat men gelooft dat een jaar maar 364 dagen heeft en Nyepi een rustdag is voor moeder natuur en omdat moeder natuur niet waakt komen er slechte geesten en als je dan naar buiten gaat neem je ze mee naar binnen en dan heb je het hele jaar geen geluk. Dus om nog zoveel mogelijk geluk te hebben deze reis, zijn wij ook maar binnen gebleven. We hebben achterstallig onderhoud bijgewerkt, lekker gegeten en gezellige mensen leren kennen, al met al zeker geen straf. Wel werden we met doeken afgeschermd zodat we gewoon onze activiteiten mochten doen. Je mag namelijk met Nyepi geen lawaai/geluid maken, televisiekijken of op de computer iets doen en jezelf of anderen amuseren. Het is een dag van bezinning en vasten en omdat wij stiekem wel wat mochten doen werden de ramen die we hadden verduisterd. Ook hadden we na zonsondergang geen licht meer (stroom mag je ook niet gebruiken) en moesten we alles in het donker doen. De slaapkamer had nog wel licht (enkel kamers zonder raam waren in gebruik), al met al was het echt een hele ervaring. Woensdag werden alle activiteiten weer hervat, was het dan wel met wat vertraging. De meeste winkels en gebouwen gingen pas na de middag open maar het bureau voor ons visum was gelukkig op tijd. Om stipt 8:30 werden we binnengelaten, onze formulieren gecontroleerd, kopieën gemaakt van onze paspoort stempels en stonden we een kwartier later weer buiten. Het was nu duimen dat alles binnen acht werkdagen geregeld zou zijn (langer hebben we niet). Het zou 5 werkdagen duren werd gezegd, volgens de website wordt 70% van de aanvragen in 6 dagen gedaan en 90% in 9 dagen. We waren gelukkig zo vrij als vogels en mochten overal weer naar toegaan. Onze keuze viel op Ubud, een dorpje wat in het midden van Bali ligt. Na twee dagen kregen we echter al geweldig nieuws. Ons transitvisum is goedgekeurd. Dit moet een record zijn. Gelukkig zijn we voor niet voor niets eerder teruggekomen uit Flores en kunnen we nu zonder stress onze reis voortzetten. Nog even voor de goede orde: 8 April hebben we een nachtvlucht naar Sydney, waar we 11:40 overstaptijd hebben (mooi dagje Sydney dus) waarna we in de avond doorvliegen voor de volgende bestemming Nieuw Zeeland! Maar eerst nog een week Indonesië.
Maandelijks archief: maart 2017
Jullie mogen ons interviewen!
Binnenkort zijn we een half jaar onderweg, tijd voor een kleine recap.
U vraagt wij antwoorden
Het leukste tot nu toe?
Wat zijn de do en don’t?
Wat in je backpack had je echt niet willen missen?
etc.
Je mag zo veel vragen als je wilt, de vragen mogen ook zo gek zijn als je wilt (of we ze dan beantwoorden is een tweede).
Laat je vragen hieronder achter in een reactie of mail het naar:
TCTRAVEL@HOTMAIL.COM

41 – The eye of the Dragon
Hallo Allemaal,
Van Bajawa hebben we niet heel veel gezien. Dit kwam omdat we alles rondom het vervolg van onze reis moesten regelen. We kwamen er dus achter dat we een transitvisum nodig hebben voor Australië omdat we een transit langer dan 8 uur hebben (12 uur in totaal). Voor deze extra 4 uur is een visum verplicht die je van tevoren moet aanvragen bij de ambassade of het consulaat. De één ligt in Jakarta, de andere in Denpasar, allebei dus niet op Flores. Conclusie: zo snel mogelijk naar het consulaat. We hebben dus de eerst mogelijke vlucht geboekt richting Labuan Bajo die twee dagen later zou vertrekken. Dit gaf ons de mogelijkheid om nog iets van Bajawa en de omgeving te zien, en daarnaast niet Komodo te hoeven missen. Bij Bajawa ligt de berg Inerie die de hoogste berg van Flores is. Deze steekt overal bovenuit. Rondom de berg liggen allemaal lokale dorpen waar voornamelijk de Ngada stam woont. De stammen hebben hun traditionele leefwijze behouden ter bevordering van het ecotoerisme. We hebben twee van de
ze dorpen bezocht, Bena en Luba. Na ons bezoek zijn we naar de Hot Springs gegaan. Dit zijn niet echt warmwaterbronnen zoals je ze zou verwachten (zoals in IJsland waar het meer meren zijn). Hier is het een heet water rivier die zich op een bepaal punt mengt met een koude rivier en samen verder vloeien tot één rivier. We zijn naar het beginpunt van deze samenvloei gegaan en het water was echt heerlijk. Ondanks dat je in de rivier zit en soms heel warm water en dan weer heel koud water hebt was het enorm ontspannend en deed het bij lange na niet af aan al die dure spa’s die we thuis hebben.




Het was jammer dat we Bajawa zo snel weer moesten verlaten om in Labuan Bajo te komen. We hadden hier wederom twee dagen voor ons vliegtuig richting Denpasar (Bali) zou vertrekken. We hebben de resterende dag gezocht naar een toertje richting Komodo. We wilde Flores niet verlaten zonder maar één draak te hebben gezien. We hadden een toertje geboekt wat ons naar Padar, Komodo, Pink beach en naar Manta point zou brengen. We vertrokken al om half 6 ’s ochtends omdat het minstens vier uur varen is richting Komodo.
Aangekomen in Padar hebben we er rondgewandeld en zijn daarna vertrokken naar Komodo eiland. Aangezien het een nationaal park is moest je natuurlijk entree betalen en kregen we een gids mee. De gids droeg een beschermend brilletje en een stok, niet voor de varanen maar voor de cobra’s. We hoefden niet lang te lopen voor we onze eerste varaan zagen en in totaal hebben we er acht gezien op maar een klein stukje van het eiland. 
Komodo varanen kunnen wel 3 meter lang worden en ongeveer 50 jaar oud. De komodo varaan is een gevaarlijk wezen, niet hij zelf maar de bacteriën die in zijn speeksel zitten zijn dodelijk. Het bevat namelijk 57 verschillende soorten bacteriën en eenmaal in je bloedomloop is er wel (minsten) één die dodelijk is. Hoe groter het dier, hoe langzamer het sterft, een buffel kan er soms wel 2 maanden over doen, een zeer pijnlijke dood lijkt het ons. Een komodo wordt niet met zo veel bacteriën geboren maar doet ze op door dood vlees te eten, zelf heeft het een immuunsysteem tegen alle bacteriën dus als komodo’s elkaar bijten sterven ze daar niet aan. We vonden het indrukwekkend om deze “draken” in het wild te zien. Het is zeker niet een wezen wat we zonder gids willen tegen komen, maar het is mooi dat deze dieren beschermd worden zonder al te veel interactie met de mens.

Vervolgens was het snorkel tijd op Pink beach waar we prachtige koraalriffen gezien hebben, als laatste zijn we vertrokken richting Manta point. Manta point is een locatie midden op zee waar veel manta roggen bij elkaar komen, deze locatie verschilt dus is het altijd even zoeken. Omdat er een sterke stroming was en we een “kleine” storm op ons af zagen komen, is er wijselijk besloten niet te gaan zwemmen met de manta’s (wat anders wel kan aangezien ze ongevaarlijk zijn voor mensen).
De tocht terug richting de haven (ca 3/4 uur) was met wat regen en golven al wat ruiger ten opzichte met de rest van de dag (echt perfect weer gehad). Na een flinke tijd varen kwam een storm redelijk snel op ons af en op open zee was dat wel het laatste wat onze kapitein wilde. We hebben het eerste (onbewoonde) eiland opgezocht wat in de buurt lag en zijn daar gaan schuilen. We waren niet de enige en met 20 andere boten lagen we achter een zandbank met bosje te schuilen voor weer en wind. De boot was aangemeerd maar het anker wat op het strand lag hielt ons niet vanwege de harde wind. Met allemaal andere bemanningsleden werden alle ankers met stenen vastgezet en op hoop van zege dobberend voor de kust. Ondertussen waren we nat en verkleumt tot het bot (de regen waaide zo hard door de boot heen) en zagen we een boot bijna kapseizen. Met gevaar voor eigen leven springen de lokalen steeds het water weer in om erger te voorkomen, om vervolgens weer de eigen boot in te duiken om te gaan hozen. Rond half zes hadden we geen keuze meer en moesten we terug omdat het binnen een uur donker zou worden, het was immers nog een uur varen. Uiteindelijk weer terug op open zee waren de golven wel veel hoger dan voor het eilandje en soms waren ze wel even hoog als ons bootje. Golven stroomden soms naar binnen en we hielden ons zelf voor dat als de bemanning niet in paniek raakte, wij dat ook niet hoefde te doen. Ondertussen hielden we in de gaten welke eilandjes het dichts in de buurt waren van ons zodat we daar dan wel heen konden zwemmen. Het was een enorme opluchting toen we heel ver in de verte het licht van de vuurtoren zagen. Ondanks dat was het wel zo goed als donker en het duurde minstens nog een half uur voordat we in de buurt van de haven kwamen. Eenmaal binnen waren we zo opgelucht dat we weer aan wal waren dat het ons helemaal niet uit maakte dat we er uitzagen als verzopen katten. Als afsluiter hebben we een lekkere warme douche genomen en een lekkere maaltijd gehad (die we verdiend hadden).
40 – Hallo Bali, doei Bali
Hallo Allemaal,
We zijn de evenaar overgestoken, voor één van ons de eerste keer, één ander heeft het al één keer eerder gedaan. Dit betekend ook dat we dus niet meer onder dezelfde sterrenhemel slapen aangezien het zuiderlijkhalfrond van onze aarde andere sterrenbeelden heeft en er dus iets anders uit ziet.
We hadden een avond vlucht van Singapore naar Bali en kwamen midden in de nacht aan. Na deze vlucht met veel turbulentie zit je natuurlijk te wachten op hordes taxichauffers die je behalve een taxi ook andere services willen aanbieden waar je echt geen behoefte aan hebt. We hadden al een hotel geboekt, dicht bij het vliegveld omdat we (na een paar uurtjes slaap) de volgende dag weer een vliegtuig naar Maumere (Flores) zouden hebben. Aangekomen in Maumere stond er een mini versie van Bali ons op te wachten en omdat we hier wederom geen zin in hadden zijn we naar de grote straat gelopen om daar het lokale verkeer van streek te maken. Veel mensen wilden ons wel naar onze volgende bestemming brengen maar voor (soms) veels te veel geld. Uiteindelijk kwamen we in een bemo terecht die dient als bus en pakket dienst. Het was een gezellige, volle en lange rit maar lokaal op ten top. We hadden een prijs afgesproken en aangezien we net gepind hadden, hadden we nog geen gepast geld. Waar (wat we gemerkt hebben) nogal misbruik van gemaakt wordt. Ons wisselgeld (wat we met geluk al terugkregen) was niet het juiste bedrag, maar wat kan je er tegen doen als het busje met piepende banden er weer vandoor gaat (we hadden €1,30 te weinig teruggekregen).

We zijn een paar dagen op het strand geweest wat z’n 30 km ten oosten van Maumere ligt. Omdat het weer jammer genoeg niet mee zat konden we niet snorkelen nog duiken en de regenbuien die om de haverklap kwamen maakten strandwandelingen (bijna) onmogelijk. Dus veel gelezen, uitgerust en gepland. Na onze uitrust dagjes hebben we weer een leuke bus genomen richting Moni. Dit ging op dezelfde manier, langs de weg staan en wachten tot er een bus kwam die ons daar heen wilde brengen. Na 1.5uur wachten (in de regen) werden we in bus gestopt waar we wonder boven wonder nog inpasten ook. Deze keer hadden we wel gepast geld voor de rit. Moni ligt aan de zuiderkant van het eiland en de berg Kelimutu heeft drie prachtige kraters die alle drie een verschillende kleur hebben. De kleuren van de kraters ontstaan door gassen die uit de vulkaan omhoogkomen. Als de gassen rijk aan zuurstof zijn wordt het meer rood, arm aan zuurstof dan wordt het groen en daartussenin krijgt het allemaal andere kleuren. Afgelopen jaar (februari tot november 2016) zijn de kraters zes keer van kleur veranderd. Omdat de kraters het moois zijn tijdens zonsopgang moesten we al 4 uur in een auto stappen die ons er heen bracht. Met de auto werden we afgezet bij de ingang van het park waarna we verder moesten lopen. Tijdens het lopen kwam de zon langzaam op en het gaf een spectaculair beeld. Kelimutu is niet de enige berg met meren of die actief is op Flores. Flores staat bekend om zijn vele vulkanen aangezien het eiland op een breuklijn ligt. Aardbevingen en vulkaanuitbarstingen komen dan ook regelmatig voor (een aantal dagen geleden in Bali) die gelukkig niet allen schadelijk zijn.


Omdat in Moni geen internet is en we van alles voor ons Australië visa en Nieuw -Zeeland moeten regelen zijn we na ons bezoek aan de top direct doorgereden naar Ende. In Ende hebben we direct een bus genomen naar Bajawa. Dit verliep niet heel soepel, voordat we zelfs onze eerste bus uitgestapt waren werden we aan onze tassen meegesleurd naar een bus. Hier geldt letterlijk het recht van de sterkste, want is jouw tas in hun bus dan moet je met hun mee (en waarschijnlijk ook betalen wat ze willen dat je betaalt). Na een hele worsteling hebben we (lees Thomas) onze bagage teruggekregen en hebben we een bus gevonden die ons voor een redelijk prijs (en alla minuut) wel wilde vertrekken met ons. Onderweg naar Bajawa hebben we weer een typisch Indonesisch dingetje gezien. Ze beladen de bussen hier overvol (zowel met mensen als spullen) maar deze keer zagen we toch wel heel bijzondere bagage. Namelijk: twee geiten op het dak van een bus. De bus reed sneller dan die van ons door alle haarspeltbochten heen en we waren dan ook lichtelijk geshockeerd. Uiteindelijk zijn we (en de geiten ook) veilig aangekomen in Bajawa.
