Hallo allemaal,
Na onze ontspannende boottrip in Cat Ba zijn we met de trein vanuit Hanoi richting Sa Pa vertrokken. Er zijn veel privé treinmaatschappijen die allen een treinwagon hebben van de treinen die vertrekken richting Sa Pa. Het boeken van deze privé wagons is nogal prijzig en wij hebben het gewoon via de nationale trein maatschappij gedaan waardoor we een stuk goedkoper uit waren. En super gezellig als je een paar Vietnamezen tegen komt (die geen Engels spreken), maar wel allerlei lokaal eten met je gaan delen. De trein brengt je niet direct naar Sa Pa maar naar Lao Cai en vanuit daar moesten we een lokaal busje nemen richting Sa Pa. Natuurlijk proberen de chauffeurs zo veel mogelijk geld van je te krijgen. Zo moesten we extra betalen voor de bagage en als we afgezet wilde worden voor het hotel. We hadden geen bagage (alleen een daypack) en het stadscentrum was goed voor ons (aangezien alles dicht bij elkaar ligt), hier waren ze natuurlijk niet blij mee.

Vanuit het stadscentrum zijn we richting het Graceful hotel gelopen waar Sapasisters gevestigd is. Deze organisatie wordt gerund door lokale vrouwen die allemaal (verre) familie van elkaar zijn. Deze vrouwen zijn gidsen en leiden je rond tussen de rijstvelden en bergen van Sa Pa. Sa Pa ligt op ongeveer 1500 m hoogte en ligt dicht bij de Chinese grens. In Sa Pa (en de omgeving) wonen vijf etnische groepen die voornamelijk van de toerisme en rijst leven. Ook ligt hier de hoogste berg van Vietnam die via een kabelbaan te bereiken was. Voorheen kon je alleen naar de top wandelen wat ongeveer 4 dagen in beslag nam.

Onze gids was Khu (Koe), ze is 28 jaar, getrouwd en heeft een dochter van één en behoorde tot de stam van de H’mong (zwarte Mong). Ze heeft ons twee dagen rondgeleid en ons veel verteld over haar cultuur, dorp, de mensen en haar geloof. Veel dorpen in het noorden hebben sjamanen en traditionele geneeskunde wordt veelal toegepast. Ze vertelde ons hoe het leven in de bergen is en was hier heel open over. We waren verbaast hoe intiem haar verhalen waren en hoe graag ze ons hier deelgenoot van wilde maken.


Twee dagen lang hebben we dus rondgetrokken door de regio van Sa Pa. Het had dagen er voor geregend en sommige paden waren erg glibberig, maar niemand van ons is uitgegleden. Aan het einde van de eerste dag hebben we overnacht bij een (echt) lokale homestay. Veel homestays bieden aan dat ze door lokalen gerund worden, wat ook klopt, maar de eigenaar is Vietnamees en die krijgt uiteindelijk de winst. Samen met een aantal Australiërs, Indiërs en een Zwitser hebben we hier nog een gezellige avond gehad met “Happy water”. De laatste zijn we na het ontbijt (heerlijke “hollandse” pannenkoeken) weer op pad gegaan. Het was maar een kort dagje vergeleken met de eerste maar met de spierpijn die we al hadden opgelopen was dit zeker niet te lang. Met een busje werden we terug gebracht naar Sa Pa en vanuit daar hadden we weer te trein terug naar Hanoi.



kan je gerust zeggen dat je er ook (bijna) geen tegen komt. We hadden een boot met ons vieren en ons verblijf was veel beter dan dat we in de meeste hostel gehad hadden (tot nu toe). Het eten was echt vers (we haalden iedere avond veel verse vis bij de visboerderijen die over de archipel verspreidt zijn) en het was echt geweldig lekker, mits je natuurlijk van vis houdt. Tijdens ons verblijf hebben we gekajakt en hebben we verschillende verborgen lagoons gezien die alleen bereikbaar waren door met de kajak door groten heen te varen. Iets waar je de nodige manoeuvreer kunsten voor moet hebben. We hadden zelfs geluk gehad dat we een familie wilde Cat ba Slankapen en een Resusaap gezien hebben. Jammer genoeg zijn van deze dieren nog maar een paar duizend over omdat er twee generaties terug nog op apen gejaagd werd. Van de aap werd toen (levend) de kop opengesneden om de hersenen vers te eten. Van de botten werd een soort lijm gemaakt wat genezende krachten heeft. Sinds dat Unesco de archipel op de lijst heeft gezet mogen dit soort praktijken niet meer en wordt er streng op toegezien dat de regels worden nageleefd.




